Uit het netwerk: Archeologische collecties liggen overal. Hoe verbind je ze met elkaar?
In musea, bij heemkundekringen en bij particulieren thuis: archeologische collecties liggen overal, maar hoe ze geregistreerd zijn, en of ze dat al zijn, weet niemand precies.
Archeologische vondsten vind je niet alleen in musea of gemeentelijke depots. Ze liggen ook op zolders, in clubhuizen van verenigingen en bij particulieren thuis. Soms al decennialang. ‘Je hebt archeologische verenigingen, heemkundekringen en historische verenigingen die jaren geleden mee hebben gedaan aan archeologisch onderzoek en ook nog dingen op de plank hebben liggen. Dat materiaal is vaak nog niet goed geregistreerd,’ zegt Marieke van Winkelhoff, publieksarcheoloog bij Erfgoedhuis Zuid-Holland.
Daar ligt een kans, dachten Erfgoedhuis Zuid-Holland, Stichting OPEN en het Netwerk Digitaal Erfgoed: al die archeologische data en collecties, binnen én buiten het professionele veld, beter met elkaar verbinden. Ze begonnen een landelijke verkenning, waarbij Van Winkelhoff nauw betrokken is.
Iedereen doet het anders
Vorig jaar bracht Erfgoedhuis Zuid-Holland vrijwilligers, geïnteresseerden en professionals uit het archeologische veld bij elkaar om te praten over collectiebeheer. Van tevoren was gevraagd welke systemen ze gebruikten. Het antwoord verraste: tientallen systemen, elk met een eigen doel.
‘Daar werden we een beetje door overweldigd: dit is wel heel erg veel. Een archeologisch bedrijf wil bijvoorbeeld de gegevens uit het veld nauwkeurig vastleggen, een depot standplaats en bewaarcondities beschrijven, en een museum denkt bijvoorbeeld vooral aan een mooie online ontsluiting voor het publiek.’
Vrijwilliger is geen archeoloog, en andersom ook niet
Professionals werken binnen een wettelijk kader: zij leggen vondsten vast volgens standaarden. Voor vrijwilligers gelden die regels niet. ‘Maar je kunt ze ook niet vragen om te werken zoals professionals. Dat is voor vrijwilligers vrij ingewikkeld om dat allemaal op zo’n technische manier te doen.’
Maar het werkt ook de andere kant op. Als wetenschappers de vondsten van vrijwilligers willen gebruiken, mist vaak de informatie die zij nodig hebben. ‘Van een opgraving van vijftig jaar geleden hebben we helaas niet meer alle opgravingsgegevens. Ook zijn vondsten niet met hetzelfde detailniveau beschreven als wij dat nu hanteren.’
‘Dat wil niet zeggen dat vrijwilligers geen goede methoden en systemen gebruiken om hun collecties te beschrijven,’ zegt Van Winkelhoff. ‘Maar omdat iedereen de vondsten net weer op een andere manier registreert, is het lastig al die collecties op elkaar aan te laten sluiten. Zo komen we er tijdens deze verkenning geleidelijk achter waar alle uitdagingen liggen.’
Volgende stappen
Hoe kunnen vrijwilligers hun collecties registreren en delen, zonder dat ze aan wettelijke kaders hoeven te voldoen? En hoe verbinden we collecties binnen en buiten de professionele archeologie beter met elkaar? Daar zoekt de verkenning een antwoord op. Wat begon als een regionale bijeenkomst is nu een landelijk initiatief waar verschillende erfgoedhuizen bij betrokken zijn.
Na een enquête over het registreren van archeologische vondsten en een kennisbijeenkomst op 28 mei in Amersfoort wil het initiatief een collegagroep starten binnen het Netwerk Digitaal Erfgoed. Aan het eind van dit jaar moet er een programma liggen met aanbevelingen voor 2027 en verder. Denk aan workshops, trainingen of misschien wel een archeologiedatacoach: iemand die vrijwilligers hands-on kan helpen.
‘Als al die collecties beschreven en verbonden zijn,’ zegt Van Winkelhoff, ‘worden ook vondsten waarvan niemand het bestaan wist eindelijk zichtbaar en toegankelijk.’