Wegwijzer digitaal erfgoed

Stap 1. Bewaren

Zijn mijn digitale informatieobjecten over tien jaar nog leesbaar en terug te vinden?

Veel mensen staan er niet bij stil, maar digitale informatieobjecten zijn niet eeuwig houdbaar. Software en hardware verouderen of worden op een gegeven moment niet meer ondersteund. Denk aan een herschrijfbare cd (‘rewritable’ cd). Zelfs als je nog een cd-romspeler kunt vinden, is het niet zeker dat de cd nog leesbaar is.

Wil je dat je digitale collectie goed vindbaar blijft op internet, dan is het belangrijk om de digitale informatieobjecten goed te bewaren. Iedereen kan hiermee starten, ook met een bescheiden budget. Met de eerste stappen naar duurzaam bewaren verbeter je ook meteen de digitale veiligheid van je informatieobjecten. Je weet wat je in huis hebt en waar je het hebt opgeslagen.

Aan de slag

  • 1. Maak een overzicht van je digitale bestanden

    Welke bestandsformaten en opslagmedia heb je in huis?

    Breng eerst in kaart welk materiaal je in huis hebt. Zo kun je beter sturen op het duurzaam bewaren van je informatieobjecten. Je maakt een inventarisatie: wat bewaar je, waar sla je bestanden op, hoe groot is je digitale collectie en welke bestandsformaten en opslagmedia gebruik je?

    In deze inventarisatie neem je in ieder geval het volgende op:

    • opslagmedia of dragers (lokale server, cloud, external hard drive, laptop, enzovoort);
    • locatie van bestanden (de map op de drager of bestandspad op de server)
    • bestandsformaten (JPEG, Word, Excel);
    • bestandsgrootte (het aantal gigabytes of terabytes);
    • essentiële eigenschappen: welke eigenschappen van een bestand zijn zo belangrijk voor de echtheid dat ze bewaard moeten blijven?

    Opslagmedia
    Erfgoedorganisaties bewaren hun digitale materiaal vaak op allerlei soorten opslagmedia. Soms staat iets op de harde schijf van een werkcomputer, soms op een interne server. Andere dingen belanden op een losse externe schijf, op een dvd of in een cloudomgeving. En niet elk opslagmedium is even geschikt voor langdurig bewaren.

    Dat maakt het beheer van informatieobjecten er niet eenvoudiger op. Het helpt al om in kaart te brengen welke opslagmedia je nu gebruikt en welke bestanden je waar hebt opgeslagen. Daarna kun je een plan maken dat past bij de doelen van jouw organisatie.

    Bestandsformaten
    Foto’s, video’s, audiobestanden, teksten en databases: je kunt ze in allerlei vormen opslaan. Denk aan Word, PDF, MP3, WAV, JPEG of TIFF. Een bestandsformaat bepaalt hoe een bestand wordt gelezen: welke vorm krijgt het, hoe wordt de inhoud weergegeven en welke structuur zit eronder?

    Het is goed om te weten welke bestandsformaten je in huis hebt, ook de oudere. Zo vergroot je de kans dat je digitale bestanden later nog netjes kunt openen, zonder gedoe. Of dat je op tijd kunt ingrijpen als een bestandsformaat niet meer wordt ondersteund. Zoals destijds bij Adobe Flash voor websites.

    Essentiële eigenschappen
    De kern van een informatieobject – de eigenschappen die écht moeten blijven kloppen – moet overeind blijven als het bestand ooit naar een ander formaat verhuist. Bij een foto gaat het misschien om de kleur en scherpte. Bij een website om onderdelen die reageren op wat je aanklikt. En bij een financieel Excelbestand om de formules waarop de berekeningen zijn gebaseerd.

    Bij een papieren document, zoals een krant, is dat eenvoudiger. De letters staan op het papier gedrukt, het vergeelt hooguit na verloop van tijd. Je kunt als gebruiker zien of een object nog intact is of inhoudelijk veranderd. Bij een digitaal object is dat anders. Een beschadigd of gewijzigd digitaal bestand ziet er vaak hetzelfde uit. Daarom leg je vast welke eigenschappen onveranderd en echt moeten blijven, zodat de gebruiker daarop kan vertrouwen.

    Dit betekent ook dat je niet zomaar een Excelbestand naar PDF kunt omzetten of e-mails kunt uitprinten, omdat papier makkelijker te bewaren lijkt. Je verliest dan belangrijke informatie die alleen in de digitale versie zit.

    Bedenk daarom bij iedere (deel)collectie: wat is belangrijk om te bewaren zodat gebruikers erop kunnen vertrouwen dat het object echt is en dat je het kunt raadplegen zoals het ooit gemaakt is? Leg die eigenschappen vast in je registratie, in je metadata.

    Meer weten?
    De Vlaamse collega’s bieden een overzicht van aanbevolen bestandsformaten: https://www.projecttracks.be/overzicht-toolbox/digitaal-bewaren/aanbevolen-bestandsformaten-om-je-digitaal-archief-leesbaar-te-houden. Hier vind je ook de aanbevolen formaten voor bijvoorbeeld video- en audiobestanden.

  • 2. Begin met back-ups en betrouwbare opslag

    Zo verklein je de kans op informatieverlies.

    Back-ups
    Bestanden kunnen op allerlei manieren verdwijnen. Soms door slijtage van een harde schijf of doordat een bestand beschadigd raakt. Soms door een fout in een programma, een virus, of gewoon omdat iemand per ongeluk iets weggooit. In al die gevallen is een back-up je vangnet. Zonder zo’n kopie ben je het echt kwijt.

    Zorg daarom dat je minimaal twee kopieën hebt van je informatieobjecten, op twee locaties. Want als er brand uitbreekt of een serverruimte onderloopt, ben je alles kwijt, hoe goed je ook je best deed.
    Het helpt om binnen de organisatie een duidelijke back-upprocedure af te spreken en, misschien nog wel belangrijker, ervoor te zorgen dat iedereen zich eraan houdt. Leg ook vast wie daarvoor verantwoordelijk is.

    Betrouwbare opslag
    Voor digitale documenten is het eigenlijk niet zo anders dan voor je fysieke collectie: je zorgt voor goede bewaaromstandigheden. Dat begint met de keuze voor de opslagmedia. Kies media die echt voor opslag zijn bedoeld. Zoals een NAS (network-attached Storage), een apparaat voor data-opslag dat aan een thuis- of organisatienetwerk kan worden gekoppeld. Of een betaalde cloudoplossing. Gebruik geen media die makkelijk kapotgaan of kwijtraken, zoals usb sticks. En sla bestanden niet op via een platform dat alleen voor presentatie is bedoeld, zoals YouTube voor video’s.

    Let ook op de fysieke ruimte waar je opslaat. Te veel vocht of warmte is slecht voor opslagmedia. Zorg ten slotte dat iemand verantwoordelijk is voor deze taak. Voor opslag heb je sowieso een bescheiden budget nodig en mensen met kennis van IT en duurzaam bewaren. Zie hiervoor het kader.

    Meer weten?
    Lees voor meer toelichting op back-upbeleid en -procedures de informatie van onze Vlaamse collega’s: https://www.projecttracks.be/overzicht-toolbox/digitaal-bewaren/hoe-maak-je-een-back-up

    Binnen het NDE is een collegagroep Duurzame opslag actief. Zij onderzoeken hoe digitale informatieobjecten, afhankelijk van financiële draagkracht, het best kunnen worden bewaard. Ook kijken ze naar collectieve oplossingen voor opslag.

    Heb je fysieke dragers die je zelf niet meer kan afspelen, bijvoorbeeld floppy disks of cd-roms? Dan kun je terecht bij het HomeComputerMuseum om deze te laten uitlezen en overzetten op een nieuwe drager.

    Wil je je zelf verder verdiepen in schades aan opslagmedia? Bekijk dan de Schadeatlas fysieke dragers.

  • 3. Controleer informatieobjecten regelmatig

    Zijn ze nog compleet, intact, leesbaar en virusvrij?

    Digitale bestanden zijn kwetsbaar en kunnen kapotgaan door slijtage van de drager. Controleer nieuwe informatieobjecten daarom altijd bij binnenkomst, voordat je ze opneemt in de collectie. Zo weet je of inhoud nog klopt en of de bestanden nog te openen zijn.

    Je kijkt of het bestand compleet is, of alles intact is en je laat er meteen een viruscheck op los. Bestanden die verdacht lijken, zet je apart. Soms is de controle al eerder gedaan en wordt de informatie daarover meegeleverd.

    De manier om te controleren of het bestand niet zomaar is veranderd, is het maken van een checksum. Dat werkt als een soort vingerafdruk van een bestand. Bij elke controle worden nieuwe checksums aangemaakt en vergeleken met de vorige. Wijkt de nieuwe checksum af, dan is er iets veranderd. Zo spoor je informatieverlies op. Je gebruikt checksums ook om te controleren of back-ups goed zijn gelukt.

    Het blijft een terugkerende taak: regelmatig nagaan of bestanden nog goed te openen zijn, leesbaar blijven en niet stiekem beschadigd of veranderd zijn. Er zijn verschillende tools om checksums uit te voeren. Onze Vlaamse collega’s van meemoo hebben een stap-voor-stap uitleg van een aantal veelgebruikte preserveringstools.

    Om dit allemaal soepel te laten verlopen, spreek je binnen de organisatie af welke tools je gebruikt, hoe vaak je dit herhaalt en wie daarvoor verantwoordelijk is. Door regelmatig te controleren kun je op tijd ingrijpen als een bestand toch beschadigd blijkt.

  • 4. Breng je toegangsbeheer op orde

    Mogen alle medewerkers bij alle bestanden werken? Dat is niet zo veilig.

    Als je een fysieke collectie opbergt in een depot, zorg je ervoor dat het depot beveiligd is. Niet iedere medewerker krijgt een sleutel. Hetzelfde geldt voor de toegang tot digitale informatieobjecten en wat mensen ermee mogen doen.

    Als veel mensen overal bij kunnen en ook nog bestanden mogen aanpassen of verwijderen, ontstaat er een risico. Soms verandert iemand iets per ongeluk, soms met de beste bedoelingen, maar het resultaat blijft hetzelfde: je kunt niet meer zeker zeggen dat het digitale object nog klopt zoals het bedoeld was. Of je raakt informatieobjecten kwijt.

    Leg daarom vast wie toegang krijgt tot welke informatieobjecten, en wat iemand ermee mag doen. Vergeet daarbij de metadata niet: die vertelt het verhaal achter het object en verdient dezelfde aandacht.

    Meer weten?
    Informatie over hoe je toegangsbeheer in je organisatie gestructureerd kunt vastleggen, bijvoorbeeld in een procedurehandboek, vind je in de Algemene procedurele eenheden in Spectrum, Handboek voor collectiemanagement.

Verwerk duurzaam bewaren in je informatiebeleid

In je informatiebeleid geef je aan waarom duurzaam bewaren belangrijk is voor je organisatie. Je beschrijft hoe de opslag nu geregeld is, wat de risico’s zijn op informatieverlies en wat je wilt bereiken. In de informatieplanner lees je hoe je doelen stelt voor duurzaam bewaren.

Een aantal vragen om mee te nemen in je informatiebeleid:

Wat is de huidige situatie?

  • Weet je wat je in huis hebt aan informatieobjecten, opslagmedia en bestandsformaten?
  • Zijn bestanden toegankelijk en leesbaar?
  • Hoe heb je het veilig bewaren van informatieobjecten nu geregeld? Denk aan toegangsbeheer, controle van bestanden en back-upbeleid.

Wat ga je verbeteren om je doelen te bereiken?

  • Heb je al een volledig beeld van je informatieobjecten, of ontbreekt er nog iets?
  • Voldoe je al aan het basisniveau van duurzaam bewaren zoals hierboven beschreven? Zo nee, wat pak je aan?
  • Welke verbeterslagen hebben voorrang?
  • Wat heb je nodig aan kennis, mensen en middelen om je doelen te behalen?

Vragen? Wil je sparren over je aanpak? Neem contact op met de digitaal-erfgoed-coach of de datawerkplaats bij jou in de buurt.

Goed aan de slag met bewaren?