Uit het netwerk: Hoe tien studenten erfgoedorganisatie AEZEL willen helpen aan nieuwe vrijwilligers
Radboud-studenten dachten mee met de Limburgse erfgoedorganisatie AEZEL. Twee van hen vertellen over de bevindingen.
Floor Bruinen en Carlijn Maas
‘De afgelopen jaren zag de Limburgse erfgoedorganisatie AEZEL het aantal vrijwilligers afnemen, terwijl er steeds minder nieuwe bijkomen,’ vertelt Carlijn Maas, student geschiedenis. ‘Wij onderzochten voor een “denktank”-opdracht hoe de organisatie haar groep vrijwilligers kan vernieuwen,’ vult Floor Bruinen, student taalwetenschap, aan. Samen met acht medestudenten uit verschillende studierichtingen aan de Radboud Universiteit werkten zij aan een adviesrapport.
Bekendheid begint lokaal
‘Uit ons onderzoek blijkt dat de mensen die de organisatie kennen, vooral uit de directe omgeving van AEZEL komen: gepensioneerden die er werken of leden van een heemkundevereniging. Maar daarbuiten is de bekendheid minder groot,’ zegt Carlijn. ‘Vrijwilligers staan vaak open voor meerdere organisaties.’
Het advies is simpel: maak AEZEL zichtbaarder en ga aan de slag met werving. ‘Denk aan het inzetten van Facebook, Instagram en lokale media,’ zegt Floor. ‘Wat opviel: veel erfgoedorganisaties, waaronder AEZEL, hebben hier nog weinig mee gedaan. Er is dus nog veel te winnen.’
Doelgroep en flexibiliteit
De vraag was hoe AEZEL een leeftijdsgroep vanaf zo’n 40 jaar kan bereiken: mensen wiens kinderen (bijna) het huis uit zijn en die tijd hebben om als vrijwilliger aan de slag te gaan. Carlijn: ‘Gesprekken maakten duidelijk dat deze groep het sociale aspect van het vrijwilligerswerk heel aantrekkelijk vindt. Het draait om samenwerken en het idee dat je ergens aan bijdraagt.’
‘Wie liever thuis werkt, kan dat ook. Laat als organisatie zien dat er keuzemogelijkheden zijn: met anderen of in je eentje. Verder is flexibiliteit belangrijk. Je hoeft niet acht uur per week te werken. Een uurtje na je werk is ook prima. Dat maakt het voor meer mensen haalbaar.’
Communicatie met vrijwilligers
‘Zijn nieuwe vrijwilligers eenmaal binnengehaald, vertel ze dan regelmatig wat hun inzet oplevert,’ zegt Carlijn. ‘Een kleine update is al waardevol: het is een blijk van waardering en houdt iedereen betrokken. Investeer dus in de communicatie met de vrijwilligers.’
Vijf adviezen
Het adviesrapport is gebaseerd op interviews met erfgoedorganisaties, gesprekken met AEZEL-vrijwilligers, vragenlijsten en aanvullende studies. Het resultaat: vijf concrete adviezen over zichtbaarheid, doelgroep, flexibiliteit, verwachtingen en communicatie. ‘Dit levert inzichten op die je misschien snel over het hoofd ziet, maar die goed zijn om op een rij te hebben. Bovendien zijn ze ook waardevol voor andere erfgoedorganisaties,’ zegt Floor.
Zaadje geplant
Zouden Carlijn en Floor straks zelf ook aan de slag willen bij AEZEL of een andere erfgoedorganisatie? ‘Ik denk dat deze opdracht voor ons allemaal een zaadje heeft geplant,’ zegt Carlijn. ‘Zeker voor mij als geschiedenisstudent. Ik kom uit een dorp in Brabant met een heemkundekring. Het lijkt me wel leuk om daar ooit iets bij te doen.’ ‘Eerst verder met onze studie,’ lacht Floor. ‘Maar we hebben zeker smaak te pakken.’
Nawoord bestuur
‘De resultaten van het onderzoek sluiten heel mooi aan op de bevindingen uit een eerder doorlopen project ondersteund vanuit het FARO-programma,’ vertelt Geert van der Varst, vice-voorzitter van AEZEL. ‘Daardoor kunnen we een belangrijk deel van de resultaten direct in de praktijk brengen in het vervolg van ons FARO-project. De levendige discussie tussen de studenten en het bestuur zorgde voor aanstekelijk enthousiasme bij beide groepen en liet duidelijk zien dat leeftijd geen rol hoeft te spelen om samen te werken. Het is verhelderend om elkaars werelden te zien.’