Uit het netwerk: Hoe boerenbont Limburgse collecties samenbrengt

Boerenbont op servies, in archieven: Limburgse instellingen verbinden collecties in een pilot die nieuwe vragen over dit motief mogelijk gaat maken.

Nico Randeraad

Nico Randeraad

Het margarinekuipje van Bona met het boerenbontmotief. ‘Dat ken ik nog van vroeger,’ zegt Nico Randeraad. Hij is directeur van Tracé, Limburgs Samenlevingsarchief. ‘Boerenbont spreekt veel mensen aan, dus het was een slimme marketingactie.’

Het idee voor een pilot rond boerenbontcollecties ontstond tijdens een Netwerk Archieven Design en Digitale Cultuur (NADD)-dag. Bibi Bodegom is van meet af aan betrokken. Zij is coördinator Digitale Infrastructuur bij NADD en werkt als digitaal-erfgoed-coach voor de provincies Groningen en Drenthe.

Samen met Bodegom en partners als Centre Céramique, het Limburgs Museum en het Discovery Museum bedacht Randeraad een aanpak: objecten met boerenbont uit de collectie-informatiesystemen van verschillende instellingen met elkaar verbinden. Het uiteindelijke doel is om de objecten online beschikbaar te stellen.

Motief met een verleden

Het kenmerkende motief duikt begin negentiende eeuw op in Engeland. In de tweede helft van die eeuw begint ook Petrus Regout in Maastricht ermee, temidden van een grote variëteit aan bloemdessins. En de naam boerenbont zelf? Die raakt pas na de Tweede Wereldoorlog ingeburgerd.

Het motief is terug te vinden op gebruiksvoorwerpen in Nederlandse musea. ‘Er is ook fotomateriaal waarop boerenbont te zien is en dat veel zegt over de verspreiding van dat motief. Wij hebben in ons archief de decorboeken.’ Tracé verzamelt archieven, boeken en tijdschriften over Limburgse geschiedenis.

Metadata verhuizen

Voor Tracé is er nog een belangrijke stap: het verwerken van de metadata van Geheugen van Nederland. Het gedigitaliseerde Sphinx-archief met de decorboeken stond al lang op die site, maar dat platform verdwijnt.

‘Die metadata hebben we inmiddels gekregen; ze waren ook al op objectniveau gemaakt. We bekijken hoe we die in ons collectie-informatiesysteem krijgen, zodat we individuele ontwerpen kunnen onderscheiden, beschrijven en verbinden.’

‘Je kan de kleuren benoemen. Maar hoe de blaadjes precies lopen, daar zijn waarschijnlijk termen voor die kunsthistorici kennen. Als iedereen dat handmatig moet doen, is dat een enorme klus. Misschien kan AI ons daarbij helpen.’

Meer dan alleen koppelen

De pilot staat nog in de startblokken. In eerste instantie gaat het om het technisch mogelijk te maken om objecten en archieven uit verschillende collecties met elkaar te verbinden. ‘We zijn er nog niet over uit of we er ook een platform voor willen inrichten, of dat we dat via onze eigen websites doen.’

Maar er is iets dat nog belangrijker is, zegt Randeraad die ook bijzonder hoogleraar Vergelijkende regionale geschiedenis in het bijzonder van Limburg aan de Universiteit Maastricht is: nieuwe vragen kunnen stellen vanuit die verbindingen.

‘Het aardewerk werd over de hele wereld verkocht, zeker in de koloniale periode. Je vindt het zelfs terug op Balinese tempels. Het zijn aanknopingspunten die hopelijk tot nieuwe vragen leiden. En wie weet komt dat Bonakuipje dan ook weer langs.’