Paulus en De Nijs op reis: zo bouwt erfgoedgemeenschap Aezel aan morgen

Aezel telt 200 vrijwilligers die werken aan Limburgs erfgoed. Maar hoe houd je zo'n gemeenschap levend?

Ronald de Nijs, Kirsten Paulus, Geert van der Varst, Mare de Groot, Wouter Daemen en Cor Snoeijs in de historische industriële erfgoedlocatie Weerstand in Roermond.

Ronald de Nijs, Kirsten Paulus, Geert van der Varst, Mare de Groot, Wouter Daemen en Cor Snoeijs

Aezel is een online databank met mensen en plekken in Limburg, gerund door zo’n 200 vrijwilligers die grotendeels thuis achter hun computer data invoeren — soms zelfs in ploegendienst met hun partner. Maar hoe houd je zo’n gemeenschap levend, en hoe zorg je dat al die data ook over twintig jaar nog toegankelijk is? Dat was de vraag achter het FARO-project dat Aezel een jaar lang doorliep.

FARO is een Europees verdrag dat erfgoed als iets van en voor iedereen ziet — niet alleen van instellingen, maar juist ook van gemeenschappen en vrijwilligers. In deze aflevering vertellen digitaal-erfgoed-coach Wouter Daemen en procesregisseur Mare de Groot wat het heeft opgeleverd: een helpdesk voor en door vrijwilligers, een bredere bestuursstructuur en een roadmap die ook andere erfgoedgemeenschappen kunnen gebruiken.

Luister de podcast via Spotify of SoundCloud.

  • Lees de transcriptie

    Kirsten: We zijn vandaag met onze podcastserie in Limburg.

    Ronald: Ja, onze podcastserie over het digitaal erfgoed.

    Kirsten: Yes, Ronald, wat leuk dat we dat weer samen doen. Niet zomaar dat we in Limburg zijn, want Limburg is een van de provincies waar, ik kan niet zeggen iedereen, maar wel heel veel mensen met digitaal erfgoed bezig zijn.

    Ronald: Ja, sowieso met erfgoed, bijna elke stad heeft wel een historische vereniging of heemkundekring, zoals ze hier zeggen. Die allemaal bezig zijn met het Limburgse erfgoed, om dat beschikbaar te gaan stellen en daar onderzoek naar te doen.

    Kirsten: Dat is best uniek. Wij zijn vandaag in [fonetisch uitgesproken] Rummen – dat is Roermond – bij AEZEL in Limburg, dé plek waar je alle informatie online kan vinden over je voorouders, over mensen en over plekken. En AEZEL, daar werken heel veel vrijwilligers, die zijn bezig met een project?

    Ronald: Die zijn bezig met een project. Het zijn allemaal vrijwilligers, het is geen organisatie waar mensen bij aangesloten zijn. Het is een soort los-vast verband, iedereen doet gewoon mee. Er zijn ook mensen vanuit die historische verenigingen die ook weer met AEZEL meedoen. Doordat het zo losvast is, is het ook een beetje onzeker. En hoe maak je dat erfgoed nou eigenlijk toekomstbestendig, zoals het zo mooi heet. Nou daar hebben ze een project naar gedaan. En niet alleen naar het organisatorische aspect, maar ook naar van, ja we hebben nu zoveel materiaal ontsloten, maar hoe zorg je ervoor dat dat ook voor de toekomst goed bewaard en te raadplegen is?

    Kirsten: Een jaar zijn ze ermee bezig geweest, met dit FARO-project. En nu zijn wij benieuwd: wat komt eruit? We horen het vandaag van Wouter Daemen, hij is digitaal-erfgoed-coach hier in Limburg.

    Ronald: Ja, en van Mare de Groot, en zij is projectregisseur. Zij lichten al een tipje van de sluier, van de uitkomsten en alle lessons learned. En die komen uiteindelijk ook allemaal beschikbaar. Maar wij krijgen vast de eerste lessen te horen.

    Kirsten: Nou is de vraag: waar zijn zij?

    Ronald: Ja, we gaan op zoek.

    Kirsten: Ja, het is een groot gebouw.

    Ronald: Het is een groot gebouw, maar een heel mooie grote ruimte.

    Kirsten: Maar waar zijn ze nou?

    Ronald: Kijk, daar zijn ze. Hallo, hallo. Goedemiddag.

    Wouter: Welkom, leuk dat jullie er zijn.

    Kirsten: Wouter.

    Mare: Hallo, ik ben Mare.

    Kirbsten: Mare. Fijn dat we er zijn, hier. We komen natuurlijk voor het FARO-project, bij AEZEL, dat is een mondvol. Eerst maar even wat jullie doen bij dat project. Wouter, even bij jou beginnen?

    Wouter: Ja, als digitaal-erfgoed-coach krijg ik allerlei vragen op het gebied van digitaal erfgoed. Dat kan een heel korte, kleine vraag zijn, maar soms zijn het ook heel grote uitdagende vragen. Zoals: hoe worden we als erfgoedgemeenschap toekomstbestendig? En exact die vraag was eigenlijk het beginpunt van dit project.

    Kirsten: Hoe ben jij erbij betrokken, Mare?

    Mare: Nou, toen dit project eenmaal een feit was, dat het mocht beginnen, toen zochten ze een procesregisseur. En daar hebben ze mij voor uitgekozen, dat vond ik heel fijn. En wat ik dan doe, is dat ik eigenlijk probeer zoveel mogelijk mensen van die erfgoedgemeenschap te betrekken. En iedereen mag dus meedenken.

    Ronald: En nou is dit project in het kader van FARO. Kun je dat nog even toelichten? Wat is dat precies?

    Mare: FARO is een Europees verdrag dat eigenlijk zegt dat erfgoed van iedereen is. En dat iedereen recht heeft om daarover mee te praten en eraan mee te doen. Dus het gaat voorbij de feiten, de gebouwen en de data in ons geval. Maar het gaat vooral over de mensen, de gemeenschappen.

    Kirsten: Jij bent er nou dus een jaar bij betrokken. Ja, wij staan hier echt in een gigantisch gebouw. Hierachter zie je ook het huis, het hoes. Zit AEZEL dan daarboven?

    Mare: Nou, eigenlijk heeft AEZEL hier wel een punt om te landen. Maar AEZEL als zodanig zit in de hele provincie. Dus we hebben zo’n 200 vrijwilligers. Die zitten van noord tot zuid, van oost tot west, thuis op een zolderkamer, bij een vereniging, soms bij een archief, data in te voeren. Dus die zitten eigenlijk niet hier, maar we kunnen hier wel samenkomen.

    Kirsten: Best lastig lijkt me dat.

    Wouter: Ja, maar dat maakt het, denk ik, ook wel een van de opgaven voor nu en voor de toekomst. We komen wellicht uit een situatie waarin mensen lid waren van een vereniging of iedere week op dezelfde dag en tijdstip en plek bij elkaar kwamen. Maar ik denk dat AEZEL een heel mooi voorbeeld is dat je ook op allerlei andere manieren kan bijdragen aan digitaal erfgoed. Thuis inderdaad op de zolderkamer. We kennen ook het voorbeeld van de mensen die naar Australië zijn geëmigreerd en het nog steeds leuk vinden om bij te dragen. Nou, digitaal kan dat en ook op de tijd en het moment dat je dat zelf wil. En ik denk dat we dus ook die gemeenschappen zo goed mogelijk moeten proberen te ondersteunen.

    Ronald: Waarom nu dit project?

    Wouter: Omdat het wat dat betreft misschien wel een beetje 5 voor 12 is. Om al dat materiaal en die informatie, die die vrijwilligers bij elkaar hebben gebracht, duurzaam te bewaren. Dus hoe gaan we dat technisch voor elkaar krijgen? Maar ook: hoe maak je zo’n organisatie toekomstbestendig? Eigenlijk is de uitdaging heel simpel: hoe zorgen we ervoor dat wat die vrijwilligers graag doen, namelijk actief bezig zijn met dat erfgoed, dat ze dat kunnen blijven doen?

    Kirsten: Dit is dus waarom het nu gedaan is, dat project?

    Mare: Ja, want het project is ook best hard gegroeid in de laatste jaren. Het bestaat al decennia. Maar nu zijn ze wel op een punt dat juist omdat door de hele provincie ook mensen zitten, dat het best moeilijk wordt om daar nog grip op te houden. En om dat goed te ondersteunen ook. Dus wij kijken samen met de mensen ook van wat heb je nodig om hieraan te kunnen blijven bijdragen? Zodat het ook voor de toekomstige generaties ook blijft bestaan.

    Ronald: Goed, wat was het eigenlijk het doel van het FARO-project, Mare?

    Mare: Het grappige is dat er eigenlijk geen speciaal resultaat was gedefinieerd. Dus niet een x-aantal vrijwilligers of zo, maar het was eigenlijk een onderzoek. En het onderzoek gaat over: hoe betrekken we de gemeenschap op de best mogelijke manier en hoe zorgen we ervoor dat die data dan ook duurzaam blijven voortbestaan?

    Wouter: Ja, en daar kan de gemeenschap heel veel van leren, maar wij ook. Want hoe kunnen we juist gemeenschappen daar zo goed mogelijk bij ondersteunen? En dat is ook voor ons een uitdaging.
    Daarpm zijn we ook zo blij met Mare om ons in dat proces te begeleiden. Hoe betrekken we de gemeenschap daarbij en hoe geven we ze concrete handvatten om toekomstbestendig te worden, maar ook voor ons om ze daarbij te helpen?

    Kirsten: Wat is jouw geleerde les dan?

    Wouter: Nou, dat is een open deur, maar het is niet makkelijk. Praat niet over maar met gemeenschappen. Dus haal op waar hun eigen behoeften liggen. Nou dan ben je ook weer dicht bij de strategie en het uitgangspunt van het Netwerk Digitaal Erfgoed: de gebruiker centraal. En dit is het leuke: de gemeenschap is zowel de gebruiker als degene die het erfgoed digitaal beschikbaar maakt.

    Kirsten: Past ook helemaal bij FARO dit, he?

    Mare: Ja, totaal.

    Kirsten: Eerder spraken wij Wim Burggraaf. Hij is vanuit het programmateam FARO daarbij betrokken, vanuit de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. En we vroegen hem: waarom heeft FARO dat AEZEL-project nou gehonoreerd?

    Wim (via telefoon): Ja, waarom past dat AEZEL-project nou zo goed bij FARO? Kort gezegd gaat FARO natuurlijk over de mens centraal in het erfgoed. En bij digitaal erfgoed vertrek je toch meestal vanuit archieven en spullen en objecten. Maar eigenlijk ook hier zijn veel vrijwilligers en amateurs actief. En die kiezen toch eigenlijk wat zij van betekenis vinden, wat zij belangrijk vinden. Het project AEZEL bestaat uit zo’n groep vrijwilligers. En zij hebben eigenlijk dat vraagstuk duurzaamheid, wat ook een bekend begrip is in jullie podcast, dat vaker terugkomt. Dat leggen zij niet alleen digitaal uit, digitale duurzaamheid, maar zij kijken ook naar de groep mensen, de groep vrijwilligers. En ze zoeken ook naar een duurzame toekomst, juist voor die groep, voor die digitale erfgoedgemeenschap. Nou, die oplossing die zoeken zij voor AEZEL, maar die kan ook bruikbaar zijn voor veel andere gemeenschappen in Nederland. En past dus goed bij de implementatie van het Verdrag van FARO.

    Kirsten: Mare en Wouter, wat zijn nou concreet de lessons learned?

    Mare: Nou, voor mij zijn het twee dingen. Het eerste is eigenlijk de realisatie, ook bij mij, dat een vrijwilligersorganisatie een kracht is, een enorme kracht. Dus je ziet dat we heel veel goede, professionele partners hebben, maar er zijn er toch nog een paar die het best wel gedoe vinden. Amateuristisch misschien. Maar ik zie juist een heel duurzame gemeenschap, professioneel, losvast georganiseerd, maar wel al decennialang betrouwbaar. Dus ik denk dat we juist die kracht voorop mogen zetten, van de AEZEL-gemeenschap vooral. En het tweede is dat we nu, doordat we dit proces  een jaar hebben gedaan, een paar heel concrete vervolgstappen hebben, waarvan we zeker weten dat het de goede zijn, omdat we ze samen met de gemeenschap bedacht hebben. Dus we zijn bijvoorbeeld nu bezig met het opzetten van een helpdesk voor en door vrijwilligers. Die was er nog niet. Sommigen hebben daar behoefte aan, anderen niet. En nu zijn we die vorm aan het geven.

    Ronald: Dus allemaal oplossingen die nu vanuit de gemeenschap komen. Het wordt ook dan gedragen door de gemeenschap, al die nieuwe initiatieven.

    Mare: Ja, niet alleen gedragen, ze hebben ze zelf ontwikkeld.

    Wouter: Het mooie van die helpdesk bijvoorbeeld is dat dat ons weer helpt. Ons als Huis voor de Kunsten en als digitaal-erfgoed-coaches. Om bijvoorbeeld veel gerichter de datawerkplaatsen ook een plek daarbij te geven. Want daar zitten specialisten die de vrijwilligers kunnen helpen bij het opschonen van hun data. Of het net wat handiger en slimmer geautomatiseerd verwerken van die data. Waardoor zij nog beter in staat zijn om te doen wat ze het liefst doen, namelijk dat digitaal erfgoed beschikbaar maken.

    Kirsten: Als je nou kijkt naar de mensen, die 200 vrijwilligers hier bij AEZEL. Wat betekent dat project dan voor hen?

    Mare: Passie voor geschiedenis. Als je dan ziet met hoeveel passie en loyaliteit die mensen aan zo’n project werken. Jarenlang het invoeren van data, van gegevens. Soms in ploegendiensten, thuis aan de keukentafel. Dat is echt heel bijzonder.

    Kirsten: Ploegendiensten, hoe ziet dat eruit dan?

    Mare: Ja, we hebben een echtpaar en die wisselen elkaar af: boodschappen doen, data invoeren, koken, data invoeren. En die hebben op die manier jarenlang data van kerkregisters ingevoerd. Heel indrukwekkend.

    Kirsten: Maar toch, wat betekent het voor die mensen nu?

    Wouter: Dat ze volwaardig kunnen deelnemen in het Netwerk Digitaal Erfgoed. Het is een netwerk niet alleen van instellingen, dus van musea, archieven en bibliotheken. Maar het is ook een netwerk van mensen. En of je nu inderdaad lid bent van een vereniging of gewoon losvast je bijdrage levert. Iedereen zou daaraan moeten kunnen deelnemen. Dit project heeft ons daar weer heel veel handvatten voor gegeven om mensen daar ook toe in staat te stellen.

    Mare: Wat het ook voor de mensen betekent is dat ze kunnen bijdragen aan het toekomstbestendig maken van die data. Want ze zijn allemaal best bezorgd over dat alles wat zij zelf verzameld hebben en dat hun eigen passie uiteindelijk verdwijnt. Dus het feit dat we het op deze manier beschikbaar kunnen maken voor alle toekomstige generaties, dat is voor mensen ook echt heel belangrijk.

    Kirsten: Wat heeft het project voor ze betekent?

    Mare: Nou, ik denk dat ze zich nu meer gezien en gehoord voelen dan hiervoor. Dat ze wel met evenveel passie nog aan het project werken, maar dat ze dat doen in een betere bedding. En dat ze elkaar weten te vinden en dat ze meer het gevoel hebben dat ze het samen doen.

    Ronald: Dat is mooi gezegd.

    Kirsten: Zeker mooi gezegd. Zullen we ze het zelf vragen? Dat lijkt me een goed plan.

    Ronald: Ik spreek nu met Geert van der Varst. Jij bent bestuurslid. Aan jou de vraag: wat heeft het hele project voor AEZEL betekend?

    Geert: Nou, voor ons heeft het als bestuur in elk geval betekend dat we de connectie met de erfgoedgemeenschap rondom AEZEL duidelijk versterkt hebben gevoeld. En we zien ook, en dat geldt ook voor de vrijwilligers, dat de erkenning en de herkenning van AEZEL veel groter is geworden. En we willen ook graag meegaan in de hele structuur die zich in Nederland begint te ontwikkelen met het ondertekenen van het manifest voor de NDE. Ook onze techniek daarop aanpassen, zodat we op alle fronten toekomstbestendig worden, zowel qua gemeenschap als qua techniek.

    Kirsten: Dus je zegt eigenlijk ook: we doen er nog meer toe dan we al deden.

    Geert: Ja, ik denk het wel. De waardering voor al die decennia werk, wat door vele honderden vrijwilligers in heel veel duizenden uren aan werk verzet is, dat krijgt nou wel zijn erkenning. We hebben tien miljoen oud-Limburgers in het systeem zitten met alles wat eraan vasthangt van historie. Dus dat mag toch wel enig respect verdienen. En dat merken die vrijwilligers nou ook. En dat geeft ons hoop dat we die gemeenschap nog sterker kunnen maken en ook naar de toekomst toe in stand kunnen blijven houden, omdat we het samen met hun willen doen.

    Ronald: Mare, jij komt niet uit de erfgoedwereld, maar wat was jouw eye-opener?

    Mare: Dat zoveel vrijwilligers samen zoiets moois kunnen maken. Puur vrijwilligers, 100% vrijwilligers en dan zo’n indrukwekkend platform dat al decennialang bestaat. Ja, dat vond ik echt fantastisch om te ervaren.

    Kirsten: Helemaal aan het eind. Even de balans opmaken. Wat zijn nou de lessons learned hier? Wat heb je nou geleerd met dat FARO-project?

    Mare: Nou, we sluiten straks af met een slotbijeenkomst en dan presenteren we een roadmap waarin we ook het proces beschrijven, zodat ook allerlei andere mensen zo’n proces zelf kunnen doorlopen met hun gemeenschap. Het is een website, je kunt gewoon bekijken en doorklikken op allerlei onderwerpen en tips krijgen. We gaan een bestuurstructuurvoorstel neerleggen, waardoor de bestuurstructuur wordt verbreed, waardoor de lasten niet meer verdeeld zijn over maar vijf schoudertjes, maar hopelijk over veel meer straks. En we gaan ook werken aan het verbeteren van de communicatie onderling en ook naar buiten. Dus ik heb ook heel fijn ondersteuning gehad van een stagiaire vormgeving, die heeft een nieuwe huisstijl gemaakt. Dus we gaan zorgen dat de communicatieuitingen wat professioneler zijn, wat meer in lijn, zodat ook de buitenwereld ons nog beter weet te vinden.

    Kirsten: Nou, mooi. Jij blijft eraan verbonden?

    Mare: Nou, in principe eindigt mijn opdracht, maar we zijn wel bezig met een vervolgproject om te kijken of we nog één jaar door kunnen om al die geleerde lessen ook echt bewaarheid te laten worden.

    Kirsten: Dus ze zijn nu niet van je af?

    Mare: Ik denk het niet. Ik hoop het niet.

    Ronald: En Wouter, wat is voor jou de geleerde les?

    Wouter: Nou, dat we een heel mooi aantal, heel concrete uitkomsten hebben die we kunnen gaan toepassen. Dus wij gaan daarmee door om AEZEL te helpen, maar ook om andere erfgoedgemeenschappen daar hopelijk mee te kunnen helpen. Maar wat ik heel mooi vind is als je een beetje uitzoomt en eigenlijk kijkt naar het verdrag van FARO, waar deze opdracht uit voortkomt, en naar de Nationale Strategie Digitaal Erfgoed, dat het eigenlijk twee zijden van dezelfde medaille zijn. Namelijk de mens staat centraal, of de gebruiker staat centraal. En ja, dat is waar we aan werken en dat is waar we, denk ik, nu een heel mooie stap hebben kunnen zetten met dit project.

    Kirsten: Ik moest even denken ook aan de woorden van Wim Burggraaf, het sluit hier ook helemaal bij aan.

    Wouter: Ja, en het is mooi om te zien dat we dus daar op alle niveaus met een erfgoedgemeenschap in Limburg aan een nationaal programma kunnen bijdragen. En dat je elkaar wederzijds daar ook bij kunt inspireren en van elkaar leren.

    Kirsten: Heel erg bedankt.

    Mare: Ik heb Wouter niet meer bedankt.

    Kirsten: O, maar dat kan je nog doen, Mare.

    Mare: Ik had dit niet kunnen doen zonder steun van het Huis voor de Kunsten. Als geweldige uitvalsbasis en met name ook de steun van Wouter, omdat hij als erfgoedcoach mij ook echt op sporen heeft gezet die ik nog niet in het vizier had. Zoals de tools van de Nationale Strategie Digitaal Erfgoed. Dat heeft ons in het project heel erg geholpen.

    Kirsten: Bloemen en champagne! Proost!

    Mare: Doei!

    Kirsten: Doei!