Paulus en De Nijs op reis: Maastricht University Library opent haar digitale schatkamer
De Maastricht University Library wil nieuwe verhalen vertellen door collecties met elkaar te verbinden via linked data. Hoe pakken ze dat aan?
Ronald de Nijs, Maarten Coonen, Odin Essers en Kirsten Paulus
Conservator Odin Essers en ontwikkelaar Maarten Coonen vertellen over hun aanpak. Ze werken met Omeka S als collectie-informatiesysteem en met de standaard IIIF om beelden breed inzetbaar te maken. Maar eigenlijk draait het net zoveel om samenwerken: alles wat ze ontdekken delen ze via GitHub en een techblog, zodat collega’s van andere organisaties ook ermee aan de slag kunnen. Het resultaat? Straks kun je bijvoorbeeld verschillende edities van de beroemde Vesalius-atlas naast elkaar leggen. En dat is pas het begin.
Luister deze aflevering via Spotify of SoundCloud.
-
Lees de transcriptie
Kirsten: Goedemorgen Ronald, wae zeen weer hè?
Ronald: Ja, wat zegt gij nou weer?
Kirsten: Welkom in Limburg, in Maastricht, want voor onze podcast over het digitaal erfgoed komen we
overal. We waren hier al een keertje, weet je nog?Ronald: Ja, bij Claartje Rasterhoff.
Kirsten: Dat was het.
Ronald: Historicus bij de Universiteit Maastricht.
Kirsten: Toen hadden we nog mondkapjes op.
Ronald: Oeh, dat is heel lang geleden. Ja, goed, gelukkig nu niet meer. Maar nu gaan we naar de universiteitsbibliotheek.
Kirsten: Daar lopen we nu naartoe, achter die studenten aan. Het is wel mooi hier in Maastricht, op dit laantje?
Ronald: Ja, prachtig, vooral die gele bladeren op de grond en aan de bomen. Prachtig, als dit geen herfst is, dan weet ik het niet meer.
Kirsten: Absoluut. We gaan naar de universiteitsbibliotheek, want die doen iets goed?
Ronald: Die doen iets heel erg goed. Ze hebben een enorme stap gemaakt als het gaat om het beschikbaar maken van hun bijzondere collecties.
Kirsten: Doen niet alle universiteitsbibliotheken dat?
Ronald: Jawel, zeker wel. Maar hier zijn ze wel echt koploper, denk ik.
Kirsten: Ja?
Ronald: Ja, ja.
Kirsten: We spreken Odin Essers, hij is conservator bijzondere collecties. Je moet zeggen, Maastricht
University Library, geloof ik.Ronald: Ja, dat is wel ingewikkeld. En we spreken Maarten Coonen en hij is ICT-ontwikkelaar.
Kirsten: Ja, daar wou ik het even over hebben. Want dat betekent voordat we hier naar binnen gaan, want het is hier al.
Ronald: Ja, we zijn er bijna.
Kirsten: Het is een beetje laat om te bespreken, maar hoe technisch gaat het worden?
Ronald: We gaan het wel hebben over Omeka S, een collectiebeheersysteem. En we gaan het hebben over IIIF. Maar in begrijpelijke bewoordingen.
Kirsten: Oke, want het gaat dus ook over de achterkant, over het systeem.
Ronald: Jazeker, want daar hebben zij nou juist hee mooie ervaringen mee opgedaan. En daar kunnen Maarten en Odin straks heel mooi over vertellen.
Kirsten: Nou, dan durf ik het aan.
Ronald: Ja, oké, gelukkig. Laten we ze hier maar opzoeken.
Kirsten: Achter de studenten aan, hè.
Ronald: Achter de studenten aan.
Kirsten: We zijn binnen.
Ronald: We zijn binnen, ja.
Odin: Goedemiddag.
Ronald: Goedemiddag.
Kirsten: Goedendag.
Odin: Goedendag, mijn naam is Odin en ik ben de conservator van de bijzondere collecties.
Maarten: Hoi, ik ben Maarten. Dag Kirsten, dag Ronald, welkom bij de universiteit.
Kirsten: Maarten Coonen, goed dat je er bent. ICT-ontwikkelaar, hè?
Maarten: Klopt, ICT-ontwikkelaar, data-engineer, man van de techniek.
Ronald: En de man van de inhoud, day ben jij dan weer, zeg maar.
Odin: Ja, inderdaad, jazeker.
Kirsten: Wat doe je als conservator van de bijzondere collecties?
Odin: Ik hou me bezig met allerlei dingen. Een stuk beleid, exposities, maar ook een stuk fundraising,
outreach naar allerlei doelgroepen, van alles wat.Ronald: Oké. En een UB, een universiteitsbibliotheek, wat is dat precies?
Odin: Een universiteit heeft een bibliotheek nodig, een soort van ruggengraat. We zorgen natuurlijk
voor de wetenschappelijke content, het beheer daarvan, maar ook de beschikbaarstelling. Daarnaast hebben we heel veel learning spaces waar studenten komen om te studeren. En het zit heel vaak vol, dus je ziet ook dat wij een sociale functie daarin hebben.Kirsten: Wij noemden dat vroeger gewoon studieplekken, maar dat heet learning places, hè?
Odin: Ja, learning spaces zelfs. Nee, zeker.
Kirsten: Wij komen natuurlijk stiekem voor die bijzondere collectie, Maarten en Odin.
Ronald: Ja, bijzondere collecties, wat is dat precies?
Odin: Ja, die bijzondere collecties, de kern daarvan zijn eigenlijk drie kloosterbibliotheken, die in 1973 zijn aangeschaft voor de universiteit. En sinds de jaren tachtig zijn daar collecties bij gekomen, vandaar dat we het bijzondere collecties noemen.
Kirsten: Klinkt als heel religieus, heb je dat gehoord?
Ronald: Ja, nee, maar ik val nog steeds overhet woord bijzonder. Waarom heet het bijzonder?
Odin: Ja, dat heeft te maken met de eigenheid van bepaalde collecties. Bijvoorbeeld omdat ze hier uit de buurt komen, Maastrichtse drukken, boeken gedrukt in Maastricht. Maar ook vanwege een bijzondere eigenaar of bepaalde culturele en maatschappelijke waarden. Of misschien is er maar één van in de wereld, die hebben we ook.
Ronald: Ik wil hem wel zien, die bijzondere collectie.
Kirsten: Het ligt op een bijzondere plek.
Odin: Zo is dat, ik neem jullie mee naar beneden. En hou je goed vast, want we gaan met de draaitrap.
Kirsten: Waar lopen we naartoe, Maarten?
Maarten: We lopen nu naar de kelder, naar het depot. En je merkt ook dat het wat kouder wordt hier.
Odin: Ik loop er niet zomaar binnen, dus we doen het met een pasje. Kom binnen.
Ronald: Oké, dan gaan we meteen naar het hol van de leeuw.
Odin: Het hol van de leeuw, dat klinkt wel heel intimiderend.
Kirsten: Hoe noem jij dit?
Odin: De kluis waar de boeken staan. Niet zozeer alleen met de hoogste financiële waarde, maar ook boeken die vanwege andere redenen belangrijk zijn. Wat ik net al aangaf, misschien met een bijzondere eigenaar of anderszins.
Kirsten: We zien ook allemaal stellingen.
Ronald: Ik tel acht stellingen met liggende en staande boeken.
Kirsten: En mooie ruggen.
Ronald: En mooie ruggen, ja.
Kirsten: Wat doet het jou als ICT-man nou, Maarten?
Maarten: Ja, dit is toch wel erfgoed in de puurste vorm, dat het gewoon fysiek aanwezig is. Je komt hier ook binnen in het depot, daar hangt een bepaalde geur. Een bepaalde sfeer ook.
Kirsten: Klopt.
Maarten: Ja, ik vind dat wel mooi.
Kirsten: Jij komt uit een hele andere hoek?
Maarten: Ja, klopt. Ik heb moleculaire levenswetenschappen gestudeerd, waarin je eigenlijk opgeleid wordt tot biomedisch onderzoeker. Daar kom je in aanraking met anatomische atlassen bijvoorbeeld. Nou, we hebben één stuk hier in onze collectie. Dat is een Vesalius-atlas.
Kirsten: Ligt dat hier?
Maarten: Ja, dat ligt hier. Odin, kun je hem eens pakken?
Odin: Zeker, ik zal hem even pakken. En ook deze zit in een doos. We hebben boeken opgeborgen in zuurvrije dozen, zodat ze goed behouden blijven.
Kirsten: Jeetje, hoe oud is het, Odin, dit boek?
Odin: Dit is het verzameld werk van Andreas Vesalius, een beroemde anatoom uit de 16e eeuw. En deze atlas is uit 1725, de Boerhaave-editie van de atlas.
Maarten: Modernere versies, modernere edities van dit originele boek worden tegenwoordig nog steeds gebruikt in het geneeskundeonderwijs. We denken ook dat als deze atlas er niet was geweest, het anatomieonderwijs ook niet in dezelfde vorm kon bestaan zoals dat tegenwoordig is.
Kirsten: Het is echt wel de standaard geweest?
Odin: Het is de standaard.
Ronald: Maarten, jij werkt nu in het erfgoed. Vanwaar die overstap?
Maarten: Zoals ik al zei, opgeleid in de biomedische hoek, maar via de bio-informatica eigenlijk de ICT ingerold. En via diverse functies binnen de Universiteit Maastricht nu, sinds drie jaar voor de Universiteitsbibliotheek.
Ronald: En dus in het erfgoed?
Maarten: En dus in het erfgoed.
Ronald: Hoe bevalt dat?
Maarten: Ja, fantastisch. Ik vind het prachtig dat je dit soort mooie werken uit onze historie op een manier beschikbaar kunt maken in de digitale wereld. En dat voor de toekomst kunt behouden.
Kirsten: Het is te lekker om binnen te blijven, dus we dachten: we gaan gewoon tussen de studenten buiten staan. Hoe vaak staan jullie hier, Maarten?
Maarten: Nou, ik loop hier wel iedere dag.
Kirsten: Maar staan?
Maarten: Nee, staan niet.
Kirsten: Nou, geniet ervan. Het is toch lekker om hier tussen te staan, tussen al die bedrijvigheid hier. Odin, we zijn hier niet zomaar. We zijn er omdat de Universiteitsbibliotheek het heel goed doet met het beschikbaar stellen van data.
Odin: Wat we doen is het toegankelijk maken van onder andere onze erfgoedinformatie. Voorheen was het toch zo dat je vaak al via een betaalmuur ergens aan informatie moest komen of een apart account moest hebben. Ja, we proberen dat niet te doen door de informatie voor iedereen, voor al onze doelgroepen toegankelijk aan te bieden.
Kirsten: En niet ingewikkeld doen, dus niet dat mensen moeten gaan zoeken, echt?
Odin: Nee, dat zag je voorheen wel. Tien kliks voordat je eigenlijk had wat je wilde hebben, dat proberen we te voorkomen.
Ronald: En dat past bij de gedachte van het onderzoek?
Maarten: In de onderzoekswereld hebben we natuurlijk al sinds een jaar of tien de FAIR-principes. Die gaan over het eenvoudig beschikbaar stellen van onderzoeksinformatie aan het brede publiek zonder die betaalmuur. En dat zien we nu met de Nationale Strategie Digitaal Erfgoed ook, waarin het gaat over zichtbaar, houdbaar en bruikbaar en vanuit delen vanuit de bron. Dus ja, eigenlijk komen er twee werelden heel mooi samen. Die stroming vanuit het onderzoek en die stroming vanuit de erfgoedsector. En we proberen allemaal hetzelfde te bereiken: namelijk het beschikbaar stellen van data aan een zo breed mogelijk publiek.
Kirsten: Hoe kan het dat het zo goed gaat dan? Waar ligt dat aan, dat succes, Odin?
Odin: Ja, dat succes is niet alleen ons succes. We werken heel veel samen met verschillende partijen, zowel in Limburg binnen de constructies die Linked Open Limburg heten, maar ook in een nationaal perspectief. Er zijn verschillende instellingen die zelf ook binnen dat netwerk opereren en die dan ook op dezelfde manier weer allerlei content en allerlei code beschikbaar stellen, waar wij ook weer gebruik van kunnen maken. Dus het is heel belangrijk dat het niet alleen gaat om techniek, maar ook om de uitwisseling van vaardigheden en van kennis.
Ronald: Ja, dan kijk ik jou aan Maarten. Ja, want jullie zijn begonnen om Omeka S te gaan gebruiken. Dat is een collectiebeheersysteem.
Maarten: Klopt helemaal. We zijn een aantal jaar geleden overgestapt naar Omeka S. Wat wij als Universiteitsbibliotheek heel belangrijk vonden was dat het open source is.
Ronald: Open source is dat het gewoon voor iedereen…
Maarten: Open source is dat de broncode van een applicatie vrijwillig beschikbaar is. Daar hoef je niet voor te betalen, dat staat gewoon op het internet. Er zijn diverse platforms voor waar je die broncode kunt vinden. Een ander aspect van Omeka S waarom we ervoor gekozen hebben, is dat daar heel erg gebouwd is ophet semantisch web. Wij wilden namelijk in de migratie van het vorige systeem naar het nieuwe systeem, ook echt met linked data gaan werken. En dat is gewoon functionaliteit die in Omeka S ingebouwd zit. Ik doe dat niet alleen. Ik heb ook collega’s natuurlijk die mee ontwikkelen aan dit systeem.
Kirsten: Jij bent speciaal als ontwikkelaar hiervoor vrijgemaakt, hè Maarten?
Maarten: Dat klopt. Twee dagen in de week heb ik tijd om aan dit soort onderwerpen te werken. Dat doen we overigens in Nederland niet alleen. We zouden niet staan waar we nu staan als we niet gebruik hadden kunnen maken van kennis en expertise binnen het Netwerk Digitaal Erfgoed. Dus bijvoorbeeld de Gouda Tijdmachine, wat ook in Omeka S draait, heeft ons in het begin wel heel erg geholpen met de opzet van het systeem zoals het nu is. En daarnaast biedt het Netwerk Digitaal Erfgoed je voldoende mogelijkheden om kennis uit te wisselen.
Ronald: En jullie wisselen ook weer kennis uit, want jij vertelde over GitHub. Dat is dat platform waar allerlei ontwikkelaars software plaatsen en delen en daaraan samenwerken.
Odin: Ja, als het gaat om code op GitHub te plaatsen, maar we plaatsen ook op allerlei andere open beschikbare pagina’s. We hebben ook een techblog dat openstaat zodat anderen daarvan kunnen leren. En wat daaruit naar voren komt, open beschikbaar te stellen.
Kirsten: Wat is het nou waar jij dat allemaal voor doet? Waar geloof jij nou echt in?
Odin: Ik denk wat we heel graag willen, en ik persoonlijk ook, is dat al ons materiaal zo veelmogelijk 100% open access is. Dat het toegankelijk is voor heel veel doelgroepen over de wereld. De manier waarop we die erfgoedcontent, erfgoedinformatie aanbieden. We willen informatie ook open gelinkt en verrijkt aanbieden. Zodat uiteindelijk heel veel mensen daar iets mee kunnen doen.
Kirsten: Toen we hier naartoe liepen, hadden we het ook nog over IIIF. Wat was het ook alweer?
Maarten: Ja, IIIF is een standaard voor gegevensuitwisseling wanneer het gaat over afbeeldingsdata. Dus een manier om afbeeldingen aan te bieden die uit externe bronnen komen, en op je lokale website of je lokale collectiebeheersysteem weer te geven. Dus het is een protocol, een standaard, het is een internationale community. En Omeka S heeft dat protocol gewoon ingebouwd. Dus de bezoeker van jouw website ziet een uniforme presentatielaag. En heeft helemaal niet in de gaten of de onderliggende plaatjes nu uit Nederland of uit Engeland of uit Amerika komen. Het ziet er gewoon uniform uit.
Kirsten: Ik denk dat we al nu best wel wat technische informatie gehoord hebben. Maar wel zo dat ik het nog net kon volgen. En wat mij bijblijft is dat jullie het helemaal open en toegankelijk voor iedereen aan de voorkant en ook aan de achterkant organiseren. Nou heb ik me laten vertellen dat je hier nog een kruidentuin hebt. Zullen we er even naartoe gaan?
Maarten: Daar kunnen we naartoe gaan, ja.
Kirsten: Het was nog even een dingetje of we die kruidentuin nou ingingen, Odin?
Odin: Ja, die kruidentuin, het is toch een beetje een twijfelgeval.
Kirsten: Hoezo?
Odin: Maar we staan er nu voor en als je even ruikt, even die plantjes voelt, dat is een heerlijke geur.
Kirsten: Heerlijk en de frambozen ook.
Ronald: Ja.
Kirsten: Beschikbaar en bruikbaar.
Ronald: Ja, maar goed, genoeg kruidentuin, we zijn hier voor iets anders. Odin, sinds 2020 zijn jullie bezig met het volgen van de Nationale Strategie en met het beschikbaar maken van erfgoed op een digitale manier. Wat is jullie droom uiteindelijk? Waar gaat het naartoe? Hoever zijn jullie?
Odin: Onze visie, onze droom is inderdaad om collecties te gaan koppelen. We hebben de afgelopen jaren heel erg ingezet op het bruikbaar maken via linked data, bruikbaar maken van de collecties. En wij zijn er eigenlijk klaar voor om die volgende stap te nemen en dat is samen met andere erfgoedinstellingen, andere instellingen, collecties gaan koppelen. Dus wij zijn er klaar voor.
Kirsten: Dat is dan de next step eigenlijk, Odin?
Odin: Dat is zeker de volgende stap voor ons, ja.
Ronald: Het zichtbaar maken, inderdaad.
Maarten: Ja, en het verhalen vertellen. Want als je bijvoorbeeld die Vesalius weer even erbij pakt en je gaat met de kracht van linked data andere edities van die Vesalius ook erbij halen, dan kun je dus op een heel mooie manier heel leuke verhalen gaan vertellen met gebruikmaking van data en visualisaties en fragmenten uit die boeken. En dan benut je echt het potentieel van wat deze digitale platformen ons bieden.
Kirsten: Als wij over 10, 20 jaar hier bij jullie terug zijn, wat heb je hier dan voor elkaar nog gebokst, Odin?
Odin: Nou ja, ik hoop dat de collecties dan zover mogelijk 100% open access beschikbaar zijn gesteld. Dat we daarnaast die collecties ook verrijkt hebben, gelinkt met andere instellingen, zodat we via mooie thematische portalen of auteursportalen kunnen laten zien en wat voor moois wij allemaal in het depot hebben.
Kirsten: Dus we eindigen eigenlijk ook weer bij Vesalius waar jij, Maarten, begon?
Maarten: Ja, klopt.
Ronald: En zo is de cirkel rond.
Kirsten: Zo is de cirkel rond. Mannen, bedankt. Toch leuk hoor, hier in de kruidentuin.
Odin: Eigenlijk wel, hè?
Kirsten: We nemen nog een framboosje.
Ronald: Ja.
Kirsten: En dan lopen we richting uitgang. Hartstikke bedankt.
Odin: Graag gedaan. Wel thuis.
Kirsten: Zo aan het eind maken we altijd de balans op. Voor de round-up. Wat blijft je bij, Ronald?
Ronald: Wat ik zo mooi vind is dat de Universiteitsbibliotheek Maastricht echt gelooft in de Nationale Strategie Digitaal Erfgoed. Ze willen al hun materiaal voor iedereen beschikbaar stellen. Open access, zoals dat zo mooi heet. Maar ook die hele weg ernaartoe. Hoe hebben ze het gedaan? Kennis delen. Ze halen ook natuurlijk kennis op. Software die ze delen, die zetten ze op het platform GitHub. Ja, voor mij is het als het ware bijna een soort cirkel rond, zeg maar.
Kirsten: Zodat anderen daar ook van kunnen leren.
Ronald: Ja, precies. De FAIR-principe, zoals Maarten dat noemde. Ze zijn er eigenlijk klaar voor.
Kirsten: Dat is best wel uniek.
Ronald: Dat kunnen nog niet heel veel erfgoedinstellingen zeggen. Die zitten nog in dat hele proces ernaartoe.
Kirsten: Wij zijn er natuurlijk ook om te verbinden. Wij doen ook een beetje mee in dit principe. We zijn ‘believers’, laten we het zo zeggen.
Ronald: En wat zo mooi is, nu je het over verbinden hebt. Termen zijn natuurlijk ook een manier om erfgoed te verbinden. Nou, en laat dat nu het thema zijn van de volgende podcast.
Kirsten: In Nijmegen.
Ronald: Ja.
Kirsten: Zie ik je daar?
Ronald: Ja, tot in Nijmegen. Jazeker. Luisteraars, tot een volgende keer!