Conferentie Wie schrijft geschiedenis?

26 en 27 november 2026

Keynotes en deelsessies

Donderdag 26 november is de conferentie in Het Munthuys in Utrecht, van 10.15 tot 17.00 uur (inloop vanaf 9.30 uur). Daarna sluiten we samen af met een borrel.

Eveline van Rijswijk leidt je als dagvoorzitter door de dag. Drie keynotes en twee rondes deelsessies staan op het programma. De deelsessies zijn al bekend, je vindt ze hieronder. Je kiest uit sessies die twee keer plaatsvinden. Het complete programma volgt binnenkort.

Deelsessies

  • Geschiedenis in 1001 verhalen

    Er zijn 1001 verhalen over geschiedenis geschreven. De Canon van Nederland, de regiocanons, de erfgoedplatformen en gemeenschappen bieden elk vanuit hun eigen perspectief toegang tot die verhalen. Zo liggen fragmenten van ons collectieve verleden verspreid over het web. Hoe brengen we meer samenhang in de kleine en grote verhalen voor het publiek?

  • Voorbij de zoekbalk

    Websites bieden toegang tot bronnen voor geschiedenis. Bezoekers zoeken elk op hun eigen manier, en websites spelen daarop in. Ondertussen wint de chatbot terrein: vragen stellen in gewone spreektaal wordt steeds normaler. Wat betekent dit voor de manier waarop we informatie beschikbaar maken? En hoe vindbaar blijven historische bronnen?

  • Erfgoed en onderzoek: een droomhuwelijk

    Erfgoed en onderzoek vinden elkaar steeds vaker. Historische bronnen zijn de ingrediënten voor onderzoek dat leidt tot nieuwe kennis en inzichten. Hoe vinden onderzoeksresultaten hun weg naar de erfgoedsector? En hoe worden erfgoedcollecties een rijke bron voor wetenschappelijk onderzoek?

  • Alles is geschiedenis

    Het publiek denkt niet in afgebakende domeinen, zoals roerend erfgoed, gebouwd erfgoed, landschappen, archeologie, archieven en immaterieel erfgoed. Geschiedenis gaat dwars door deze domeinen heen. Het daagt de erfgoedsector uit om buiten de gebaande paden te denken. Hoe zorgen we ervoor dat geschiedenis een levend verhaal is dat steeds opnieuw wordt geschreven?

  • Spoorzoeken

    Journalisten en onderzoekers spelen bij uitstek een rol in het doorgeven van geschiedenis. Zij werken onder andere met zoekmachines, sociale media en AI, die informatie snel toegankelijk maken, maar ook beïnvloeden wat zichtbaar wordt. Welke uitdagingen komen zij daarbij tegen? Hoe komen onverwachte en onbekende bronnen en verhalen op het netvlies?

  • Public AI als missing link

    De roep om public AI klinkt steeds luider. Naast commerciële ontwikkelingen ontstaan steeds meer publieke initiatieven, met kansen voor samenwerking tussen onderzoek, erfgoed en overheid. Wat zijn de mogelijkheden, voorwaarden en uitdagingen vanuit het publieke belang? Wat zijn de laatste ontwikkelingen? En wat betekent dit voor wie geschiedenis schrijft? (voertaal Engels)

  • Krachten bundelen

    De samenleving staat voor grote vraagstukken zoals klimaatverandering, verstedelijking, polarisatie en eenzaamheid. Lessen uit het verleden vormen een bron van inspiratie om antwoorden te vinden. Die lessen worden niet alleen opgetekend in wetenschappelijk onderzoek, ook de inbreng van gemeenschappen en burgerwetenschappers is onmisbaar. Waar zit de kracht van samenwerking om historische kennis in te zetten?

  • Connecting the dots

    Multimodale AI algoritmen bieden nieuwe mogelijkheden om datasets te verrijken en complexe historische verhalen vanuit meerdere perspectieven te reconstrueren. Zij kunnen verbanden leggen en tegelijk zoeken tussen verschillende typen bronnen en media: tekst, beeld, audio, 3D-scans en tabellen. Hoe krijgen we dit technisch voor elkaar? (voertaal Engels)

  • It’s all about the money

    Samenwerking tussen erfgoed en onderzoek kan worden versterkt via (inter)nationale programma’s die werken aan digitale infrastructuren en tools, zoals internationaal EOSC, ECHOES, Europeana, DARIAH en nationaal CLARIAH, SSHOC-NL/Macroscope, HAICu, TDCC-SSH en Netwerk Digitaal Erfgoed. Maar in de praktijk zijn er structurele, financiële en culturele barrières. Bieden de huidige financieringsmogelijkheden genoeg ruimte voor het samenwerkingspotentieel tussen de academische wereld en de erfgoedsector?